Makke

Herders hebben een aantal attributen als ze op stap gaan met hun schapen. Ze dragen een lange regenjas, een knapzak en … een makke. Een makke kan je het best omschrijven als een herdersstaf. Maar het is meer dan een simpele wandelstok. Waar komt de makke vandaan? Waarvoor werd de makke vroeger gebruikt? En waarom gebruiken hedendaagse herders geen staf?

Makke met inventarisnummer 775, afkomstig uit Varsenare

Herdersstaf

Een herder gebruikte vroeger een herdersmakke of staf ter ondersteuning tijdens het stappen op slecht begaanbare terreinen. Herders uit West-Vlaanderen spraken van makke, terwijl collega’s uit het Waasland het hadden over een spriete en in het Meetjesland het object bekend stond als schaapslepel. Er bestonden verschillende varianten. Aan het uiteinde zat meestal een schopje om aarde of keitjes te gooien naar een schaap dat van het pad afgeweken was. Aan veel makkes zat ook een haak waarmee de herder een schaap achter zijn poot kon vastpakken om het bijvoorbeeld uit een gracht te trekken. Om het schaap niet te kwetsen, was de haak wat omgebogen of van een veiligheidsknop voorzien. De herders gebruikten de makke bovendien om distels af te steken. De schapersmakke was geen persoonlijk bezit van de herder. De makke bleef eigendom van de boerderij waar de herder in opdracht voor werkte.

Herder Gustaaf Voet in de jaren 1930 in het Zwin met een makke in de hand.

Boerenmakke

Ook boeren gebruikten een makke. De boerenmakke had dezelfde vorm als de herdersmakke maar aan het uiteinde zat er enkel een klein schopje en geen haak. In de 19de eeuw was de boerenmakke een statussymbool. De herenboer gebruikte het als wandelstok en om zijn welstand te tonen. Het schopje was namelijk van koper en de naam van de eigenaar was erin gegraveerd. De boerenmakke was een handwerktuig om distels uit de grond te steken. Distels waren een vervelend onkruid: het verspreide zich snel, het was stekelig en werd niet door het vee opgegeten. Met een distelsteker werd de wortel in de grond doorstoken zodat de boer de plant kon verwijderen. Niet elke distelsteker was echter een makke. De herenboer nam de makke mee wanneer hij door de velden wandelde om toezicht te houden op zijn werknemers. Af en toe stak hij het in de grond om een distel te verwijderen. Na zijn tocht door de velden kwam hij vaak samen met collega-herenboeren in een herberg. Aan de ingang stonden de verschillende makkes van de boeren samen. Op de terugweg naar huis bood de makke extra steun.

Verschillende types van makkes. Van links naar rechts: een schapersmakke uit Waregem, schapersmakke uit de Zwinstreek, een distelsteker en een tekening van een boerenmakke uit Gistel. Uit: Zwaenepoel A. en Vandamme D., Herders, schapen en natuurbeheer in de Zwinstreek, Brugge, 2015, p. 124.

Hedendaagse herders

Vandaag zijn herders actief als natuurbeheerder. Op plaatsen waar maaimachines moeilijk geraken, kan de herder met zijn kudde helpen. Schapen zorgen zowel door hun mest als hun wollige vacht voor de verspreiding van zaden van talrijke plantensoorten. Dat wordt versterkt door de afstand die de schapen afleggen. Schapen die met een herder rondtrekken hebben bovendien minder gelegenheid om hun mest te concentreren op één plaats. Dat voorkomt overbemesting, een probleem dat met schapen in een afgesloten weide wel eens gebeurt. Herders maken vandaag geen gebruik meer van een makke of herdersstaf. Een hedendaagse herder heeft meerdere, goed getrainde honden die afgedwaalde schapen kunnen terugbrengen.

Langs de Damse Vaart is herder Koen Pille tegenwoordig actief met twee herdershonden. © Danny Jones

EXPO

Herders in de Zwinstreek

Al meer dan duizend jaar zijn herders actief in de Zwinstreek. Van 3 april tot en met 24 mei 2021 organiseert CAG in samenwerking met Sincfala, Museum van de Zwinstreek, en Zwin Natuur Park een dubbeltentoonstelling over herders van vroeger en nu.

Meer objecten in de kijker

Terug naar boven